maandag 7 januari 2013

Lekker weer naar school


'De vakanties duren hier te lang', is halverwege de tweede week van de kerstvakantie het commentaar van de donkere helft van de tweeling. 'Een weekje uitrusten is prima,maar daarna heb ik wel weer zin om te werken op school.'

De andere helft staat ook te popelen. Zijn motivatie is zijn nieuwe schooltas die hij nu eindelijk wel eens echt wil uitlaten. Voor de vakantie constateerden wij dat hun schoolrugzakken echt niet meer te tillen zijn. In Nederland vulden we hem alleen met twee bekers en een broodtrommel. En dat is hier ongeveer het enige wat ze niet in  hun rugzak hoeven te stoppen. Een poging tot het elimineren van alles wat overbodig was leverde niets op. Alles was noodzakelijk om dagelijks van en naar school te verplaatsen.

Tijdens de sportkeuring van de jongens aan het begin van het schooljaar, was ik verbaasd over de bewonderende kreten van onze huisarts .' Goh, deze buitenlandse kinderen hebben geen overgewicht en ze hebben van die mooie rechte ruggen. Hoe oud waren ze ook al weer? 8, bijna 9?' Ze laat haar vinger over de Franse groeicurve glijden en constateert dat de ene helft van de tweeling hier qua lengte in de leeftijdscategorie 10 jarigen valt en de andere helft is volgens de curve 12. Ze vergaapt zich nogmaals aan de ruggen van de jongens en verzucht dat we ze extra in de gaten moeten houden tijdens de groei. Nu snap ik waarom!


Sinds de nieuwe schooltassen met wieltjes zijn gearriveerd, sleept de blonde helft van de tweeling zijn exemplaar als een hondje door het huis. Alleen wanneer hij op de wc zit, laat hij hem even los, en staat hij netjes voor de deur geparkeerd tot hij klaar is. Daarna zijn ze weer onafscheidelijk.




De eerste schooldag in het nieuwe jaar is dus een makkie! De nieuwe schooltassen en hun zin om weer verder te leren zijn de troeven  Manlief wekt de jongens met een warm chocomelkje en vijf minuten later zitten de jongens gewassen en gestreken aan het ontbijt. Wanneer het alarm in mijn telefoon af gaat voor de bus, veren ze op en lopen vief naar de bushalte. De schooltassen die ze trots achter zich aanslepen ratelen de buren ook meteen lekker wakker.

Oud en nieuw?


Manlief en ik brengen juist voor het jaar wisselt een bezoekje aan de overburen. Zeer onFrans worden wij binnen gevraagd voor een kopje koffie. Ons gespreksonderwerp is natuurlijk de feestdagen. Hoe was de kerst en hoe wordt oudjaar.

Mijn buren zijn médecins (dat spreek je uit door het eerste gedeelte vooral in te slikken en het ´cin´ krachtig  uit te spugen). En mijn buurman meldt dat hij, zoals altijd, tijdens Sylvestre in het ziekenhuis is.  Ik zie hem meteen voor mij op de eerste hulp  afgeknalde handen aan het repareren. Maar opeens realiseer ik mij dat hij gynaecoloog is en het waarschijnlijker is dat hij de jaarwisseling doorbrengt naast het bed van een barende vrouw.

We vragen of er in Frankrijk ook altijd veel medisch personeel wordt opgetrommeld voor deze festiviteit. ´Jazeker,  er is veel te doen'. ´Vuurwerk?´ vragen we. ´Een enkele dronkaard en vooral huîtres´ antwoordt hij en hij maakt een handgebaar dat lijkt op het afsteken van een rotje type ´huisgemaakt´. In zijn pantomime gooit hij de huître alleen niet weg. We denken na. Opeens begint het ons te dagen. De halve supermarkt was vandaag volgestouwd met oesters:  huîtres. Wat de oliebol en het vuurwerk voor de Nederlander is, zijn de huîtres blijkbaar op oudjaar voor de Fransman. Met als gevolg  dat de ziekenhuizen hier dan, volgens mijn ervaringsdeskundige, volstromen met mensen die gewond raken bij het openen van de oesterschelp.

Huîtres met moordwapen

Oudejaarsavond zelf brengen we met wat familie gezellig etend en zonder oliebollen door. We zappen even rond op de Franse tv-kanalen op zoek naar een duidelijke klok of iets anders wat het jaarwisselingsmoment weergeeft. We vinden een aantal  zenders  met ouderwets circusvariété: hoedjes die kunstig worden doorgegeven, opgestapelde Chinese acrobaten en dames die de cancan dansen. De rest van de zenders lijkt oud en nieuw te negeren. Opeens realiseert mijn neefje zich dat er echt geen vuurwerk komt en ligt met afkickverschijnselen op de bank. Na een kwartiertje vermant hij zich en staat met zijn neefjes om 0:03 met wat sterretjes op de stoep.

Het is doodstil. Alle deuren van de buren blijven dicht. Ik vermoed zelfs dat ze al slapen. Rechts en links horen we in de verte een paar knalletjes. In beide richtingen weet ik Nederlanders te wonen. Wanneer de sterretjes zijn gedoofd, sluiten wij ook de deuren en doen de gordijnen dicht. We denken dat het wel even gaat duren tot we echt geloven dat 2013 is begonnen. 

zondag 6 januari 2013

De aanloop tot Noël



Het is grauw en nat. Maar gelukkig breekt de kerst aan en probeert men de somberte te verdrijven met kerstverlichting. Ik had verwacht dat Frankrijk vol zou staan met de klassieke kerstkleuren rood en goud, maar nee, het zijn blauw en wit. Op menig rotonde staan opeens wit gespoten kale boompjes met blauwe ledlampjes. Knipperen is en vogue.

De eerste tekenen dat de kerst in aantocht is, zijn de vele kerstmarkten. Er is er ook een in ons dorpje. Très sympa. Het bestaat uit wat kraampjes met artikelen die je niet wilt kopen, delicatessen en een tijdelijk cafeetje dat wordt gerund door de kinderen uit het dorp. Ze zamelen zo geld in voor het goede doel. Als we nog een beetje uitbuiken na de taart en de koffie trakteert het muziekschoolorkestje dat bestaat uit 3 dwarsfluiten, 2 violen, een slagwerker en twee plastieken cello’s ons op Franse kerstliedjes. Tijdens de toegift neemt Père Noël en plaats in zijn houten skihut. We worden beschaafd onder de voet gelopen door kinderen die hem graag hun wensen willen kenbaar maken. Wij hoeven niks van hem, dus tijd voor de aftocht.

Ook het bos doet aan kerst. Ik rij met onze drie kibbelende kinderen over de rotonde en zie in mijn rechter ooghoek een witte tent met feestverlichting opgebouwd. De tent is te klein voor een schaatsbaantje. Er staat een bord naast en in een flits lees ik: de Noormannen zijn gearriveerd uit Denemarken. Heel spannend, lijkt mij. Maar wanneer ik terug rij nadat ik mijn vrolijke vrachtje heb afgeleverd op school, zie ik dat er ‘Nordman’ staat. De meest populaire kerstboom ooit.

Tijdens de Franse les worden we duidelijk geïnstrueerd over alle mensen die nu bij ons langs de deur komen. Niet zoals in Nederland de krantenjongens maar de vuilnismannen, de postbode en de brandweer. Je moet wel even vragen naar hun identiteitsbewijs en kijken of de kalender die ze je geven wel echt is. Ook de tv geeft je nog een college over hoe de echte brandweer, vuilnisman en postbode te herkennen. Onze eigen vuilnismannen  stoppen half november een blaadje door de brievenbus met hun foto’s erop. We hangen het bij de deur om ze te herkennen, want ze hebben wel wat extra’s verdiend na onze verhuizing en de vele kartonnen dozen die ze zonder mopperen hebben verwijderd.

Er komen een boel kalenders langs de deur. Onze wc hangt nu vol met kalenders van de padvinders van de Notre Dame, van de vuilnismannen en van de Chinees. Ik heb met mijn ´sorry, ik spreek geen Frans´ wel  de kalenders van  zielige hondjes, sneue senioren en andere noodlijdenden kunnen afhouden.

Parijs is in de kerstperiode natuurlijk een plaatje. We beginnen met de lichtjes op de Champs Elysées en de etalages van de grote warenhuizen. De kerstmarkt is heel gezellig en feeëriek. Veel eten en snuisterijen. De kinderen lukt het niet iets leuks uit te zoeken voor de kerstboom. Als alternatief maken ze een ritje in de draaimolen en eten een grote roze suikerspin.

De bedelende Roma-vrouwen hebben een nog nederiger positie aangenomen en liggen plat op de grond met een kartonnen koffiebeker voor zich. Je moet goed oppassen in de schemer niet over ze te struikelen. Begint het te miezeren, dan pakken ze een stukje karton en spreiden zich daar weer over uit. Wanneer het echt regent, komt er  zo´n praktisch opvouwbaar geel regencapeje te voorschijn. Door de wind hoor je nu in ieder geval waar ze er liggen. De bruine helft van de tweeling heeft ze ook in zich opgenomen. Hij filosofeert aan mijn arm dat hij graag wat wil doneren in het bakje van de man zonder armen en benen. Maar de dames mèt armen en benen hadden toch wel iets anders kunnen verzinnen om geld te verdienen, vond hij. Altijd lastig om hierop te antwoorden.

De laatst twee weken voor de kerst hou ik mijn agenda strak bij want er moet een hoop.  Elke activiteit, club of klas waar we iets mee hebben organiseert wel iets.  Van een kerstknutsel, -koffie, - borrel, -goûter, -pakjesmoment tot een boum (disco).

Natuurlijk lopen de supermarkten en de delicatessenwinkels ook over van goddelijk eten. Foie gras is populair. Bij de Patissiers verschijnen opeens monstrueuze balkjes. Wanneer ik in de keurige rij wacht op mijn beurt heb ik even de tijd om de decoratie erop te analyseren. Ik zie  kitsche beertjes in kerstmannenpak en dennenbomen, maar de rest begrijp ik niet. Dankzij de kerstkruiswoordpuzzel van mijn Franse juf ontdek ik dat het hier gaat om een boomstam. Zo’n opgerolde platte cake met crème vulling uit de jaren 50. 



Hier hebben ze de boomstam ´la bûche de Noël’ in hun hart gesloten en neemt hij nog jaarlijks deel aan de kerst. Ik herken hierna ook eindelijk de decoraties: zagen en bijlen. Mijn juf meldde dat dat was omdat de boomstam staat voor de warmte van het haardvuur. Warmte waarvan je hoopt dat iedereen het met de kerst mag ontvangen.  Of het waar is, weet ik niet, maar ik heb ´la bûche´ sindsdien volledig omarmd. 

zondag 16 december 2012

Vous êtes Parisienne!



Ik heb eindelijk de tijd en de moed gevonden om alleen naar Parijs te gaan. Ik parkeer de auto in het bos waar zich ook een schattig stationnetje bevindt, en maak een prachtige treinreis door het groene deel van de rand van Parijs. Alles geel rood en oranje. Waarschijnlijk is het mijn gekleurde bril, maar de herfst is hier spectaculair.

Montmartre is het doel. Ik stap uit op Pigalle en besluit eerst even te petit dejeuneren bij Le Coquelicot. Ik trotseer de kou en plaats mijzelf buiten op het terras. Vanaf mijn klapstoeltje heb ik uitstekend zicht op de straat. Ik zie de zigeunerbedelaars uit een busje stappen en hun posities innemen. Een vrouw met een jongetje voor de kerk, een andere vrouw voor de ingang van de metro. De dames schikken hun hoofddoekjes voor een extra deerniswekkend effect.

Kranen staan open zodat het water langs de goten stroomt. De straatvegers zijn nu aan de beurt om met hun met plastic bezemstelen type ‘ heks’ alle bladeren op een hoop te vegen.
Verder op worden de platanen gesnoeid. Om te voorkomen dat de schoolgaande kinderen of de oude dametjes met boodschappenkarretjes bedolven raken, regelt de voorman het verkeer. Geen getoeter geen gescheld. Blijkbaar is niemand nog echt wakker. Mijn café au lait, stokbrood en confituur arriveren. Ik heb eerlijk gezegd een hekel aan brood met jam. Maar ik vond die franse kinderen vorige keer zo leuk met hun enorme koppen chocolademelk waarin stukjes stokbrood dreven. Ik verlang ook naar zo’n bak.

Om het authentiek te doen lijken, laat ik ook een stukje stokbrood in mijn café au lait drijven. Tot mijn verbazing maken Japanse toeristen een foto van het terras met mij erbij.

Ik zit te vernikkelen en ga toch maar binnen zitten. Nadat ik halverwege mijn koffie ben, komt er een Amerikaans koppel de bakkerij binnen. Hij, een grote oude man met flink postuur, kijkt likkebaardend de winkel rond. ( Ik introduceer ze vast voor ik het vergeet: Steve en Sylvia uit New York) Hij ziet de lege plaatsen naast mij en maant zijn partner naast mij te gaan zitten. Ik zie dat de enorme bak koffie ook op hem een enorme aantrekkingskracht heeft. Even waan ik mij in ‘the movies’ wanneer hij daadwerkelijk uitroept: Sylvia, I’m having what she has! De serveerster komt aangedrenteld, waarna Steve wat hulpeloos naar mij opkijkt. En omdat ik geen mogelijkheid tot Frans oefenen aan mij voorbij laat gaan, help ik hem met zijn bestelling. We besluiten alleen het stokbrood te verruilen voor Brioche.

Tot zijn teleurstelling komt de serveerster niet terug met zo’n omgekeerd gerimpeld rokje met een extra bobbel er bovenop. Het zijn gewoon twee plakjes van een groter brood. Dat er ook geen jam bij zit, doet voor Steve de deur dicht. Ik bied hem mijn jam aan. Vanaf dat moment zijn we vrienden voor het leven! Een uur later, nadat we ook nog onze visie op allerlei wereldvraagstukken hebben uitgewisseld (we constateerden dat er geen financiële crisis bestaat sinds ik geen kranten meer lees en zij geen elektriciteit hebben) verlaat ik opgewarmd en vrolijk de Klaproos.

 Ik was bijna vergeten dat ik in de trein was gestapt om Musée Montmartre te bezoeken. Gelukkig pak ik nog even door en klim de berg op. Het museum blijkt de volgende verrassing van de dag te zijn. Ik krijg daar een beeld van de buurt waar de vele grote impressionistische schilders als armoedzaaiers hebben geleefd. Het is een museum waar je een beetje op je knieën doorheen moet. Als je te hard loopt, dan mis je de details. Ik raak geïntrigeerd door de foto’s van de berg voor en tijdens de bouw van de Sacré Coeur, een menu met wat er in die tijd in de etablissementen werd geserveerd 

mmm, pens en oortjes!

en.......de forse danseressen uit de beginperiode van de Moulin Rouge. 




Het allermooiste was misschien wel mijn entree. De meneer achter de balie vraagt bij binnenkomst of hij mag noteren waar ik vandaan kom. Ik zeg: 'Uit Nederland, maar ik woon in een dorpje hier in de buurt'. Ik noem de naam van het dorpje. Waarna hij uitroept: 'Mais, vous êtes Parisienne!' En ik denk dat hij die dag een beetje gelijk had.

Le foot (et les mains)



Het is zaterdagochtend veel te vroeg. Manlief wekt ons met koffie en warme chocolademelk. De blonde helft van de tweeling moppert: ‘Het is zaterdag’.’Je hebt voetbal’ is de repliek van zijn vader. Meteen veert het mannetje op en slobbert zijn drankje naar binnen. Een paar minuten later stommelen er twee jongens in sporttenue de trap af. Ze zijn er klaar voor.

Om 8.20 staan we bij onze stade. Samen met de coaches en een Japans-Frans jongetje zijn we Hollands op tijd. Het is donker, nat en waterkoud. Langzaam maar zeker arriveert de rest van het team en kan het handenschudritueel beginnen. Alle jongetjes geven eerst de coaches een hand, daarna de andere volwassenen. De twee jarige voetballers worden door de coaches geknuffeld en gezoend.

Hier hebben volwassenen en kinderen nog geen antiaanraaksyndroom opgelopen. Fysiek groeten is hier gewoon traditie. Eentje waarvan je snel door hebt dat je je die moet eigen maken omwille van de integratie. ’s Ochtend knuffelen de kleinste kinderen hun vaste buschauffeur. De balletjuf geeft alle kinderen bij binnenkomst twee kussen (zo Parisienne!) op de wangen. Bij de voetbal geef je iedereen een hand als je komt en gaat. Ik vermoed dat ik daar over een paar weken ook nog zal worden gezoend. Op dat moment hoor je tot het meubilair.

De coach deelt een compliment uit aan de tweeling. Complimenten in sport en op school zijn hier niet vanzelfsprekend. Zo komen kinderen rustig met een 19 van 20 thuis met de aantekening: ‘Beter leren, kijk dit of dat nog even na’. In tegenstelling tot wat menigeen mij heeft voorspeld, doet het team veel moeite om de jongens zich thuis te laten voelen. Dit compliment is hier weer een voorbeeld van. We zijn blij dat we het in ieder geval hebben geprobeerd. Zo zie je maar.

De opkomst is groot vandaag en dus rijden we in een lange stoet naar een dorp verderop. De bordjes wijzen ons de weg naar de stade. Tussen de heuvels ligt een prachtig kunstgrasveld.  Aan kantines doen de Fransen niet. Er zijn alleen koude kleedkamers. Ouders wachten bij weer en wind buiten. Ik verlang hevig naar een bakkie koffie en durf niet eens te denken aan een warm broodje bal bij de Franse equivalent van ome Cor. 

De tegenpartij is heel Frans op tijd en laten zich de komende 20 minuten nog niet zien. Ons team wacht heel bedaard af.  Het is opzienbarend hoe rustig Franse kinderen zich in het openbaar gedragen. Ze keutelen een beetje rond. Niemand rent of schreeuwt. En bovenal: niemand moppert. (Behalve dan mijn zonen natuurlijk, die elke 3 minuten zacht murmelend vragen wanneer het nu eindelijk gaat beginnen.)

De coach van de tegenpartij arriveert nadat er zich een ijspegel aan mijn neus heeft ontwikkeld. Voordat hij de kleedkamerdeur opent, krijgt iedereen (!) eerst nog even een hand. Ons dorpje wordt afgedroogd en verliest met 0-9. Er valt geen onvertogen woord. Alleen de coach schreeuwt zo nu en dan een aanwijzing. Na het fluitsignaal schudden alle kinderen en coaches elkaar de hand en verdwijnen naar de kleedkamer. Voordat de deur sluit hoor ik nog net de yell: chika, chika chika..... joh, joh, joh! En dat drie keer. Even ´ontladen´ en dan weer rustig omkleden.

Sv Ons Dorp loopt naar de kleedkamers

Ik sta inmiddels al zo’n 3 uur buiten. Mijn tenen zijn gevoelloos geworden. De coach komt alle ouders een hand geven. Wanneer de tweeling klaar is, kunnen we vertrekken....  nadat ze alle handen hebben geschud.
Bij de eerste beste boulangerie stoppen we en gaan ons te buiten aan lekkers. Het vers gebakken stokbrood is nog warm en stop ik onder mijn jas. Ik kom weer een beetje bij.

zaterdag 15 december 2012

Een beetje Franser


Het verhaal gaat dat kinderen in no time een vreemde taal leren. Wat je er over hoort lijkt altijd een klein wondertje. Je laat een kind de eerste dag huilend achter op school en na een dag krijg je een lachend kind terug dat vloeiend Frans spreekt. Zoals ik al verwachtte, zit het in de praktijk wat anders in elkaar. Dat perfecte Frans komt niet aangewaaid. Het is heel hard werken en elke dag je huiswerk doen.  Om de taalontwikkeling nog wat extra te stimuleren dompel je je kinderen onder in lokale activiteiten als scouting, dans en voetbal. Onze kinderen hebben niet gepiept om deze rigoureuze methode, maar makkelijk was en is het niet.

De eerste maanden zijn nu gepasseerd. De kinderen beginnen zich een beetje thuis te voelen in het behoorlijk rigide Franse schoolsysteem waar je je vanaf het hek tot in de klas en weer terug dient te gedragen. Gedragen betekent hier: stilzitten, niet rennen of schreeuwen, hard werken en alleen relevante vragen stellen. Soms landt er wel eens een liniaal op je hoofd,  wordt er aan een oorlel getrokken of trekt iemand stevig aan je arm om je deze regels nog eens duidelijk te maken. Je spullen op orde hebben en je werk serieus doen wordt als een grote deugd gezien. O ja, daarbij ben ik nog vergeten te vermelden dat de schooldagen hier van 8.45 uur tot 16.15 uur duren.  Na het ritje met de schoolbus zijn ze om vijf uur thuis en kunnen ze meteen aan hun huiswerk.

Reden tot klagen? Niet echt. Ik zie dat de kinderen het op inhoud goed doen. Een van de kinderen vertelde na afloop van zijn spreekbeurt dat hem was opgevallen dat alle kinderen stil luisterden en na afloop goede vragen stelden. Er zei ook niemand ´Wat stom´ of ´Dat weet ik al´....

Een andere vreemde constatering is dat een van de kinderen in Nederland altijd erg laag scoorde voor lezen en spelling. Je kunt je voorstellen dat wij niet begrijpen waarom hij die ingewikkelde Franse taal opeens zo goed als foutloos kan lezen en schrijven.  Als je bedenkt hoeveel letters je in het Frans bij het hardop lezen moet inslikken en bij het schrijven weer moet noteren, dan snap ik niet hoe dat kan. En dan heb ik het nog niet eens over de enorme hoeveelheid accenten die je wanneer je ze vergeet  gewoon een punt kosten.

Dankzij het harde werken van de kinderen begint het Frans hier stiekem binnen te sijpelen. Allereerst waren daar de woorden waarvan het Nederlandse begrip onbekend was. Na een paar dagen school sommeerden mijn kinderen mij een ardoise aan te schaffen. De lerares had het nog vertaald in white board. Nou had ik ooit een collega die een enorm white board in zijn woonkamer had. Iets waar manlief en ik nog steeds grappen over maken. Ik was niet van plan om zo'n lelijk ding aan te schaffen. Er kwam toch geen leraar thuis controleren of we dat hadden hangen.

'Nee, om mee te nemen', was het antwoord. Ik probeerde mij voor te stellen hoe deze basisschoolleerlingen naast die achterlijk zware schooltas ook nog een white board mee konden zeulen. Uiteindelijk bleek het een A4 exemplaar te zijn. De ardoise is gewoon een moderne versie van het leitje waarbij de griffel is vervangen door een uitwisbare stift. Leitje en griffel zijn voor mijn kinderen begrippen uit de prehistorie, dus gaan ze nu gewoon als ardoise over de tong.

Na de ardoise verschenen ‘arret’, ‘silence’ en het wat bedenkelijke ‘tu est tres nul’ in de conversaties van de jongens. Voor de herfstvakantie fêteerden de heren mij op hun eerste ´Franse´ conversatie in de auto op weg naar de voetbal. Het onderwerp was poep aan de voetbalschoen. Met de beperkte vocabulaire die bestond uit ‘chiens ou chats, kaka, jardin, fumé, terrible, ouvrez la fenêtre’ hielden ze toch al het gesprek gaande tot het voetbalveld.

Dit weekend werd het bewijs geleverd dat de kinderen echt al een beetje Fransoos beginnen te worden.  
Ze stepten, gelijk echte Franse kinderen, van de kerstmarkt naar huis, toen er een auto stopte. De bestuurder vroeg aan de kinderen waar de kerstmarkt was. Ze stapten af en dachten even na over de route. Waarna ze in het Frans de route doorgaven en afsloten met een keurig ‘Bonne journée!’ Ik zou zeggen, een nieuwe mijlpaal bereikt.







maandag 10 december 2012

Bos revisited


Aan het begin van het schooljaar dacht ik niet veel na over het bos waar we op weg naar school doorheen rijden. Inmiddels heb ik door dat elk seizoen het bos een hele andere functie geeft. Op dit moment, aan het begin van de winter, is het net een bouwplaats. De houtvesters zijn druk bezig het bos uit te dunnen. Opeens ontstaan er kleine doorkijkjes naar dieper gelegen gedeeltes. Daar omheen liggen stapeltjes stammen. Zo nu en dan wordt er een nieuw gedeelte van het bos afgezet met rood- wit vlaggetjeslint. Daar hebben de herten geen zin in, dus waarschuwt een extra knipperend bord voor overstekend wild.

Een wandelingetje is hier op het moment tricky. De paar wandelpaden die we hebben gevonden zijn van de ene op de andere dag voorzien van handgeschreven kattenbelletjes. Een aankondiging dat het jachtseizoen is geopend. De enige instructie die erop staat is dat we de honden aan de lijn moeten houden. We hebben geen hond, dit kunnen we dan ook negeren. Eerst dachten we nog dat op het pad blijven afdoende zou zijn. En omdat we onze vrolijkste jakjes droegen vervolgden we onze weg verder over het pad langs de velden. Het leek alsof wij hier alleen waren. Maar niets was minder waar. Opeens knalde van dichtbij een geweer, viel er een vogel uit de lucht en rende er een hond op af. De bosjes bleken vol mannetjes in camouflage pakjes die stilletjes hun kans zaten af te wachten om het een en andere neer te knallen. Het werd een korte wandeling.

Op de parkeerplaatsen in het bos verschenen opeens heel veel kleine Franse autootjes. Als je ze nog op de weg aantrof, had je pech. De meeste chauffeurs van deze wagentjes reden niet harder dan de helft van de geoorloofde maximum snelheid.

Meestal stapte er een bejaard stel uit met aan de arm een mandje of papieren zak en een stok. Als je heel stil op een bankje ging zitten en goed rondkeek, zag je tussen het struikgewas van alles bewegen.  De koppeltjes liepen met gebogen hoofd rond en porden tussen de bladeren. Toen ik eindelijk de moed en de juiste vocabulaire verzameld had om iemand aan te spreken, bleken ze op zoek naar paddenstoelen en kastanjes. Het was weliswaar het einde van het seizoen, maar toch schatte hij zijn buit op een kilootje. Hij sloot glunderend af met: ‘C'est un plaisir simple.’ Dat klonk zo waar en aantrekkelijk dat ik heb besloten volgend jaar op zoek te gaan naar een paddenstoelengids-persoon!